Gaat de ‘Veiligheidsladder’ de bouw echt veranderen? Telt de bouw straks minder ongevallen? De initiatiefnemers zijn enthousiast, al zal het best lastig worden om een eenduidige cultuur te realiseren met de nieuwe aanbestedingsmaatregel. ”Het is een transformatie waar geduld voor nodig is. Het is een weg van de lange adem, maar ik ga er vol voor.”

Opdrachtgevers, hoofdaannemers, onderaannemers, architecten- en ingenieursbureaus. Iedereen moet mee. De ondertekenaars van de Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVB) hanteren sinds begin dit jaar Veiligheid in Aanbestedingen (ViA). In tenders van opdrachtgevers wordt nu om Trede 2 op de Safety Culture Ladder (SCL) gevraagd, de ‘Veiligheidsladder’. 

Kwetsbaar opstellen
Het had wat voeten in de aarde. De GCVB spart al sinds 2017 met ViA, maar corona gooide roet in het eten. Maar de ondertekenaars van de GCVB zijn enthousiast over de ‘Ladder’ die sinds enkele maanden in werking is, zo blijkt uit gesprekken.

Want richtlijnen en regels genoeg over veiligheid; de Veiligheidsladder moet daar echt een aanvulling op zijn. Die gaat vooral over veiligheid en gedrag, én de bewustwording over veiligheid.

“We doorbreken dat je in de bouw stoer moet zijn”, zegt Heijmans-topman Ton Hillen. “Je moet je juist kwetsbaar durven opstellen. Zorg dat je veilig werkt. Voor ons als werkgevers is het enorm van belang dat iedereen elke avond veilig thuiskomt.”

Certificering opdrachtgevers
Daarnaast wil de GCVB een gelijk speelveld creëren door in aanbestedingen naar veiligheid te vragen. Geen concurrentie op veiligheid. “Veiligheid kost ook geld, zo eerlijk moet je zijn”, zegt Hillen. “Daarom is een level playing field belangrijk.”

‘Nieuw’ is dat opdrachtgevers er sterk bij worden betrokken door ViA: ook zij moeten zich certificeren. Terecht, vinden de GCVB-partijen waaronder ook het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat. De opdrachtgever bepaalt immers de randvoorwaarden van een project.

Bedrijfsbreed inzetten
Doel is dus dat Veiligheid in Aanbestedingen (ViA) meer veiligheidsbewustzijn creëert in de sector. Is het enthousiasme van de GCVB terecht? René du Pon, veiligheidskundige bij Volandis, durft het nog niet te zeggen. Gedrag en houding is nu wel hét belangrijkste thema om de bouw veiliger te maken, beaamt hij.

Maar Du Pon vraagt zich vooral af of je een middel om gedrag en houding te beïnvloeden, wel bedrijfsbreed kunt inzetten. “Gedrag is afhankelijk van personen. En gedrag bestaat ook uit verschillende onderliggende factoren. Dus dat zou je dan persoonlijk moeten aanpakken.”

Dat is wel erg lastig te realiseren en Du Pon staat ook wel achter ViA, want: “Alle initiatieven op veiligheid moeten we verwelkomen. En ik weet ook niet of het níet werkt.”

Meer meldingen
De ondertekenaars zijn al wat langer gecertificeerd op de ladder en zien al wel verandering.  Zowel Dura Vermeer als Heijmans zag een daling van het aantal ongevallen binnen het bedrijf.

Daarnaast is het aantal meldingen over onveilige situaties juist wel hoger. In de veiligheidscultuur ziet Hillen dus een duidelijke kentering. “Het betekent dat mensen ermee bezig zijn en er ook voor aanspreekbaar zijn.”

Expliciet benoemen
Roger Mol (directeur bij het Rijksvastgoedbedrijf) en Bob Demoet (hoofdingenieur-directeur bij Rijkswaterstaat) wijzen ook op de handige aanbevelingen bij de audits. Zo bleek bij beide organisaties dat veiligheid in voortgangsgesprekken van projecten niet expliciet genoeg werd benoemd.

“Als wij zeggen: ‘veiligheid staat voorop’, dan moet het ook continu een actief onderdeel van het gesprek zijn”, zegt Demoet. “En dat was het niet altijd.”

Achteraf positief
Volgens Bouwend Nederland wordt er in de sector nogal uiteenlopend naar ViA gekeken. Sommige leden zijn nog niet met de veiligheidsladder begonnen en zijn nog sceptisch. Anderen zijn al wel begonnen, maar zeggen dat het ze nog niet veel heeft gebracht.

“De meerderheid zegt dat ze het een waardevol instrument vindt dat veel goede gesprekken heeft opgeleverd door de hele organisatie heen”, laat Niels Wensing van Bouwend Nederland weten. “Ofwel: achteraf zijn de reacties overwegend positief.”

Daarnaast denkt Bouwend Nederland zelf ook dat de Veiligheidsladder de bouw veiliger gaat maken. Wel ziet de brancheverenging dat de kosten en tijd voor de certificering nog als een hobbel worden beleefd. Al zou je de kosten wellicht terugverdienen door de faalkosten te verminderen.

Diep in de keten
De ondertekenaars van de GCVB zien dus zelf ook al verbeteringen, maar Dura Vermeer-topman Job Dura plaatst nog wel een kanttekening bij de ongevallencijfers binnen zijn bedrijf. Die zijn dus weliswaar gedaald, maar hebben alleen betrekking op de ‘eigen’ mensen.

“De ongevallencijfers geven nog onvoldoende weer wat er diep in de keten gebeurt”, zegt Dura. “Als je dat allemaal bij elkaar optelt, kan het nog zeker beter.”

Dura ziet ViA als een middel om die verbetering te krijgen, maar de versplintering is wel een mogelijk knelpunt. “Het is de uitdaging om het tot de laatste schakel in de keten door te voeren.”

Voldoende draagvlak
Dat ziet Wouter Riel, Algemeen Manager Certificering bij Aboma Certificering, ook als uitdaging. Hij denkt dat het middel wel goed kan werken bij werknemers die in dienst zijn van een van de hoofdaannemers, maar dat het misschien minder goed doorwerkt op alle losse partijen die daaromheen zitten.

De verwachting van de initiatiefnemers is natuurlijk dat dit wel gebeurt, maar Riel denkt niet dat het vanzelfsprekend is. “Dat ligt eraan of de eis goed wordt gehandhaafd, of er voldoende draagvlak voor is én of we in staat zijn om het middel goed te vertalen naar verschillende bedrijven.”

Dat laatste is nog wel lastig. De SCL is door ProRail ooit vertaald naar een middel geschikt voor operationele bedrijven, zegt Riel. Hij merkt dat bijvoorbeeld ontwikkelaars, architecten en opdrachtgevers, nog worstelen met de toepassing van de ladder.

Kleine ondernemingen
Maar een groter knelpunt is het meekrijgen van de kleinere partijen. Zzp’ers en bedrijven met minder dan vijf werknemers zijn vrijgesteld van ViA. De ladder is niet geschikt om gedrag en cultuur te meten bij hele kleine organisaties.

Wel werken zij voor andere ondernemingen die op de Veiligheidsladder zijn gecertificeerd en de GCVB verwacht dat die zzp’ers of kleine ondernemingen in de veiligheidscultuur worden meegenomen.

Niet één veiligheidscultuur
Maar dat vindt Riel wel optimistisch. “Er is namelijk niet één veiligheidscultuur, iedere organisatie kent een eigen veiligheidscultuur.” Als de bouw dat wel heeft en er op één manier naar veiligheid wordt gekeken, dan is het makkelijker om wel iedereen te betrekken bij veilig werken. “Maar dat is naar mijn idee niet het geval in de bouw.”

Toch is ook hij niet tegen ViA. De Veiligheidsladder kan een mooi middel zijn om die eenduidige cultuur te realiseren. “Ik durf niet te zeggen dat het aantal ongevallen hiermee per definitie naar beneden gaat. Maar ik geloof wel dat het hiermee gaat verbeteren.”

ViA valt of staat dus met de verspreiding door de sector. De GCVB hoopt op een olievlek. Het begin is in ieder geval gemaakt: de eerste aanbestedingen met de eis lopen nu. Onder andere bij Rijkswaterstaat, vertelt Demoet. Die aanbestedingen worden goed in de gaten gehouden om te kijken wat het oplevert en of ze soepel verlopen.

Worsteling onderaannemers
Andere bedrijven in de keten krijgen nu dus ook met ViA te maken. Zoals Ploegam. Het infrabedrijf is enthousiast over de Veiligheidsladder. Zelf zijn ze al gecertificeerd op Trede 3 en hopen ze dit jaar naar Trede 4 te gaan.

Maar ze merken wel dat hun onderaannemers er nog mee worstelen. Zo hebben de meeste onderaannemers geen eigen KAM-afdeling. “Vaak is het een activiteit die iemand op kantoor erbij krijgt”, vertelt Annemarie Carlucci, KAM-leidinggevende bij Ploegam. “Er is dus geen afdeling die een veiligheidsprogramma kan onderhouden.”

Tijdelijke eisen
Grootste zorg bij Carlucci is misschien wel de waarde van het certificaat. Om de sector meer tijd en ruimte te geven voor certificering, gelden nu tijdelijk andere eisen. Wanneer een bedrijf kan aantonen dat er te weinig auditcapaciteit was, volstaat nu ook nog een getekende offerte, een geplande auditafspraak en een uitgevoerd selfassessment.

“De certificerende instellingen zijn nog niet helemaal klaar om zo’n brede markt te bedienen”, zegt Carlucci. “Iedereen kan een afspraak maken om in de toekomst gecertificeerd te worden. Maar in feite betekent dat nu nog niks.”

Wel staat er dus een datum gepland voor een auditafspraak, al moet dit dan ook gehandhaafd worden.

Lange adem
Het moet inderdaad niet alleen om het ‘papiertje’ gaan, maar over ander gedrag, zo zeggen ook de GCVB-partijen. Maar het kost nog even tijd voordat alles soepel loopt.

Het is een transformatie waar geduld voor nodig is, zegt Heijmans-topman Hillen. “Het is een weg van lange adem, maar ik ga er vol voor. En dat hoor ik ook bij mijn collega’s en opdrachtgevers terug. Dat is het belangrijkst.”

Meer opdrachtgevers
Carlucci zou liever zien dat er binnen ViA eerst gefocust wordt op de opdrachtgevers, en daarna op de rest van de keten. Zij ziet namelijk dat hun onderaannemers al wel degelijk mee worden genomen in hun eigen veiligheidscultuur, maar dat er aan de kant van opdrachtgevers nog veel meer winst te behalen valt.

Carlucci: “Effectief toepassen van een arbeidshygiënische-strategie is pas effectief als er een samenspel is tussen opdrachtgever en hoofdaannemer. Dit gebeurt nog te weinig, vindt Carlucci.

Onomkeerbare weg
De GCVB ziet gelukkig dat steeds meer opdrachtgevers zich aansluiten bij ViA. Zo gaat de gemeente Amsterdam meedoen en ook de waterschappen sluiten zich aan. Die olievlek creëren kost wel energie en tijd, zegt Dura Vermeer-topman Job Dura. “Maar ik denk dat dit echt een onomkeerbare weg is.”

Minder ongevallen
Gaat dit uiteindelijk ook de bouw echt veiliger maken? Telt de bouw straks minder ongevallen? De ondertekenaars zijn van mening dat de invoering van de Veiligheidsladder dit bij ProRail en de procesindustrie al heeft bewezen.

“Ik heb niet de illusie dat wij over twee jaar het aantal dodelijke ongevallen naar nul hebben gekregen”, zegt Mol van het Rijksvastgoedbedrijf. “Maar er is wel een drive om dat te willen.”

Niet niks doen
Uiteindelijk zal het toch ergens in ongevallencijfers terug zijn te zien, is de overtuiging. Anders zou het initiatief ook niet zijn opgezet. Maar het gaat vooral om dat men nu samen in het principe van ViA gelooft, zegt Mol.

“Dan wordt het ook geen papieren werkelijkheid. Het begint bij de mensen die hier samen voor gaan om het instrument werkbaar en levend te krijgen. Het is makkelijk om van een nieuw instrument te zeggen: dat deugt niet. Maar als je niks doet, verandert er ook niks.”

Terug

Meer weten? Vul het formulier in en wij nemen contact op.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.